Wortelbrood

Ik ben door mijn paperassen aan het kijken als ik een boekje van de Sligro tegenkom. Heeft Frank gekregen bij een bijeenkomst met een proeverij. Ik blader het snel door om daarna weg te gooien als mijn oog valt op een recept van een hartig wortelbrood. Hmmm, dat ziet er lekker uit en het recept lijkt niet eens zo moeilijk. Ter plekke neem ik het besluit. Ik ga dat wortelbrood bakken. Vandaag nog! Wat zeg ik? Ik spring zometeen gelijk op de fiets om de ingrediënten te halen! Ik moet toch nog boodschappen doen dus dat komt mooi uit.

Ik check nog even wat we al in huis hebben, maar verder dan het snufje zout en kerriepoeder kom ik niet. Ik vraag me even af of ik de gist kan mengen met de bloem die ik nog heb staan, overblijfselen van mijn vorige ‘ik ga dit vandaag nog bakken!’-bui, maar ik durf het toch niet aan. Op het lijstje komt dan ook een kilo wortels, zelfrijzendbakmeel, gember, pompoenpitten, een sinaasappel en 8 grote eieren. 8 grote eieren? Dat is best veel toch? Nou ja, het zal wel, als het recept het zegt.

Gewapend met mijn briefje en een rugzak spring ik op de fiets en rij naar de AH.  Alles is snel gevonden, alleen de pompoenpitten ontlokken een frons aan mijn gezicht. Tering wat zijn die krengen duur. Ik zoek nog even buiten de biologische afdeling maar dat is toch echt de enige afdeling waar ze ze verkopen. Alleen de wetenschap dat ze in de biosupermarkt 100 meter verderop waarschijnlijk nóg duurder zijn doen ze met een zucht in mijn mandje belanden. Gelukkig lust ik ze ook in mijn muesli, dus de overige 300 gram die ik níet nodig heb voor het brood komen vast ook wel op.

Dan ga ik op jacht naar het belangrijkste ingrediënt, namelijk een tulband bakvorm. Want die gebruiken ze in het recept ook. Ik zie het al helemaal voor me, een prachtige oranje tulband met het lekkerste wortelbrood ooit gebakken. Ik duik eerst nog heel even in de biosupermarkt om naar de prijs van de pompoenpitten te kijken maar die zijn daar net zo duur. Vooruit dan maar. Bij de Hema hebben ze geen tulbandvormen en ook tussen de cakeblikken van de Blokker geen tulbanden te vinden. Zucht, wat nu? Niet voor één gat te vangen graai ik naar een siliconen cakebakvorm. Doet u die dan maar. 

Ik kijk nog even snel op de foto van het recept dat ik veiligheidshalve heb gemaakt voordat ik weer naar huis wil fietsen en de schrik slaat me om het hart. Zie ik nou geitenkaas staan? Shit, helemaal niet op mijn briefje geschreven. De kaasboer is dicht en om nu met mijn volle rugzak terug de AH in te gaan met het risico dat ik alles er weer uit moet halen om te bewijzen dat ik het al betaald heb zie ik ook niet zitten. Dan de biosupermarkt maar weer in, waar ik knarsetandend een stukje geitenkaas koop voor twee keer de prijs die ik bij de AH betaald zou hebben. Biologisch, dat dan weer wel.

Met gezwinde spoed begeef ik me weer naar huis, met jeukende handen om te beginnen. Eerst het meel met de eieren, de kerrie, de sinaasappelrasp, het zout en de gember mixen in de keukenmachine. Die hebben we niet. Wel een grote plastic bak en een staafmixer. What’s the difference? Even later is alles gemixt. Het beetje meel in mijn haar en de rondgevlogen klodders beslag op de muur poetsen we straks wel weer weg. Het lijkt zowaar op echt beslag. Dan mag ik de wortels gaan raspen. Er moest een kilo in maar dat verkochten ze niet. 600 gram vond ik ook goed nadat ik een half uur gezocht had naar aanvullende zakjes wortel en de reeds gesneden zakjes wortelrasp drie keer gepakt en weer teruggelegd had. Het moet een wortelbrood worden, geen driesterren haute cuisine. 

Na drie wortels geraspt heb ik een lamme arm en bedenk me dat ik met de staafmixer en een aanvullend hulpstuk ook groente kan fijnsnijden. De volgende vier wortels worden dan ook aan stukjes gehakt. Gaat een stuk sneller zo. Toch ben ik niet blij. De stukjes zijn grof en vierkant, in tegenstelling tot de zachte draadjes van het raspen. En ik wil toch wel een klein beetje haute cuisine. Eeeeeen weer door. Met raspen dat is. Gelukkig liggen er nog maar vijf wortels in. De bak begint aardig gevuld te raken met het beslag en als alle wortels klaar zijn en ik de veel te dure geitenkaas er doorheen gebrokkeld heb mag ik alles nog een keer door elkaar roeren. Ik vraag me serieus af hoe ik hier nóg 400 gram wortel doorheen had moeten krijgen.

De volgende uitdaging is om het beslag in de siliconen vorm te krijgen. Het past net, maar dan ook nét. Sterker nog, aan één kant zakt hij zelfs een beetje door. Nou ja, het moet maar. Voorzichtig zet ik mijn creatie in de voorverwarmde oven en als hij eindelijk staat zoals ik hem hebben wil mag hij lekker gaan bakken. Ik draai me om en begin alle rotzooi op te ruimen. En dan zie ik het. In het midden van de tafel achter mij staat een onaangebroken zak pompoenpitten me pontificaal uit te lachen. ‘Je bent me vergeten!’, schreeuwt hij tussen zijn tranen door terwijl hij niet meer bijkomt. Maar dat laat ik me natuurlijk niet gebeuren!

En dus gaat de oven uit, haal ik voorzichtig de bakvorm er weer uit, giet alles terug in de plastic bak en schiet donder en bliksem terwijl ik de pompoenpitten afweeg tot 200 gram. Niet wetende hoe ik het hele boeltje mét pit en al in de vorm ga krijgen zonder er een gedrocht van te maken besluit ik 50 gram minder te doen. Tenslotte had ik ook al 400 gram minder wortel, dus verhoudingsgewijs klopt het dan ongeveer weer wel. Ongeveer. Nadat ik de pompoenpitten door het beslag heb geroerd doe ik een nieuwe poging om alles weer in het vormpje te krijgen. Wonder boven wonder lukt dat, alhoewel de randen nu toch wel gevaarlijk uitpuilen. Ik besluit om een vuurvast bakje te gebruiken om de boel een klein beetje te stutten.

Na 55 minuten is mijn lieve kleine bakvormpje met het wortelbroodbeslag uitgegroeid tot een Godzilla die nauwelijks nog in de oven past. Yup, that’s me. Dr. Frankenstein is my middle name. Voorzichtig zonder mijn handen te branden haal ik hem uit de oven en start de twijfelfase. Is hij gaar? Heeft hij lang genoeg in de oven gestaan? Moet ik hem voor de zekerheid nog 10 minuutjes extra doen? Had ik toch niet een grotere vorm moeten hebben? Plakt die prikker nou wel of niet als ik hem er in steek?

Ik besluit dat hij goed is zoals hij is. Niets meer aan doen. Eerst lekker laten afkoelen en dan straks een stukje proberen voordat we gaan hardlopen. Frank lust eigenlijk helemaal geen worteltaart, wortelcake, wortelbrood of wat voor wortel dan ook, maar die vertel ik niks. Komtie vanzelf achter. The proof of the pudding is in the eating. En dat blijkt als hij prima te hakken is. Ok, het stuk in het midden is niet helemaal gaar, of beter gezegd helemaal niet, maar dat halen we er wel uit. Wat mij betreft gewoon gelukt.

Op de andere pagina staat een recept voor een bananenbrood. Met amandelmeel, ook te koop bij de biosupermarkt, dadels, banaan en eieren. Lijkt ook niet moeilijk te maken.

Zal ik morgen…?

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *