I’m a poor lonesome cowgirl…

Ik loop door de hoofdstraat van het dorp. Het is stil op het geluid dat ik zelf produceer na. Bij iedere stap die ik doe rinkelen de sporen aan mijn rijlaarzen. Een zwerfhond maakt zich gauw uit de voeten en een kraai vliegt verschrikt op. Ik loop om de saloon heen om mijn zadel en halster te pakken en mijn paard te zadelen. Ik heb vandaag die grote zwarte mee. Hij snuffelt aan mijn zakken op zoek naar iets lekkers maar ik heb nu niks voor hem. Straks, als we klaar zijn. Ik heb nog even tijd voordat we vertrekken. De rest van de posse is zich ook aan het klaarmaken, we zijn met z’n zessen. En de sherrif natuurlijk. Er zijn veedieven gesignaleerd dus patrouilleren we met enige regelmaat.

Het is nog licht als we vertrekken en er staat een lichte bries die zachtjes door de lange zwarte manen van mijn paard waaien. Het zal nu snel donker worden en dan zal ook de temperatuur zakken. We vertrekken langzaam en ik maan mijn paard tot stappen. We hebben nog even te gaan en we willen ze niet uitputten. Iedereen rijdt in stilte, verzonken in zijn eigen gedachten. Alleen de sherrif geeft af en toe een commando. Na een tijde krijgen we het sein om te gaan draven. We volgen de sporen waarbij we om de beurt even afbuigen om meer terrein te verkennen. Vervolgens rijdt diegene in een cirkel om weer achteraan aan te sluiten. Plots uit het niets staat mijn paard stil. Een onzichtbare dreiging die ik niet zie, hoor of voel. Is het een ratelslang, een schorpioen of iets dat zich meer in de verte schuil houdt? Ik weet het niet en vertrouw op mijn paard, die een beter instinct heeft dan ik. Het is inmiddels donker geworden maar tegen beter weten in probeer ik te turen in de verte nu ik dichtbij niks kan ontwaren. Niets te zien. Dan lijkt de dreiging voorbij en zet mijn paard zich weer in beweging. Ik zet mijn spoor in zijn zij om even vaart te maken zodat we weer bij de rest komen.

We komen bij de canyon, een smal pad tussen twee rotspartijen. Sporen volgen heeft hier geen zin, het is één rechte weg zonder mogelijkheid om af te wijken, en de grond is te hard en te kaal om überhaupt een spoor achter te laten. De sherrif geeft dan ook opdracht om aan te sporen tot de galop. De voorste rijders van de posse eerst, maar al gauw volgt de rest. Ik doe even mijn ogen dicht en concentreer me op het geluid van de verschillende paardenhoeven, en de beweging van mijn paard die vanwege zijn omvang grote passen maakt. Zodra we de canyon door zijn gaan we terug in draf en komen we bij wat we in de regio “de barre landen” noemen. Een verraderlijk stuk grond met kuilen, cactussen en losse rotsblokken. Ik moet dan ook regelmatig wijken, links, rechts, links, om te voorkomen dat mijn paard struikelt. Even stapt hij toch mis en verlies ik bijna mijn teugels. Ik was er niet op voorbereid. Ik hoor een raar geluid waardoor ik even afgeleid ben en we ineens stuiten op een groter rotsblok omringd door hoge cactussen. Te groot om er overheen te stappen. Stilstaan en voorzichtig achteruit is de enige optie.

Als we eenmaal door de barre landen heen zijn komen we bij de grens van het grondgebied waar we gerechtigd tot handhaving zijn. En dus maken we voorzichtig een halve cirkel om het grote meer heen, om langzaam aan weer richting ons dorp te keren. In de verte brand het licht van een kampvuur en als we dichterbij komen worden we met argusogen bekeken door een groepje indianen. Ze ondernemen geen actie en bewegen zich niet, maar ik voel hun priemende ogen in mijn rug prikken. Ik bedwing mezelf om om te kijken, uit angst dat dit als een daad van agressie opgevat wordt en we alsnog hommeles hebben. Ik begin honger te krijgen en verlang naar een warm bad en wat te eten. Nog even een laatste galopje voordat de sherrif het sein geeft om vanuit de draf terug te gaan in stap. De lichten van het dorp komen dichterbij en we stappen de paarden rustig uit zodat ze droog en uitgerust thuiskomen. Ik laat me vermoeid uit het zadel vallen en plof op de grond. Eten! Maar niet na eerst mijn paard goed verzorgd in zijn stal achter te laten en het tuig weer netjes opgehangen te hebben. En hem natuurlijk de beloofde traktatie te hebben geven. De sherrif vraagt of we volgende week weer mee kunnen rijden. Ik knik bevestigend, die veedieven moeten we geen kans geven dus ik zal er zijn. Ik doe mijn sporen uit, die heb ik nu even niet meer nodig. Een laatste groet aan de rest van de posse en ik ga naar mijn eigen ranch. Eten en dat warme bad wachten op me. In de verte hoor ik een wolf huilen. Het is mooi geweest.

Het was een heerlijke les op Dijcke!

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *